De Machine

MACHINE: kan zowel electrisch, diesel, of iets anders zijn. Afmetingen: tussen een koffer en locomotief. Machines worden meestal voor vrij basale dingen ingezet: het leveren van stroom, beweging, kracht en dergelijke. Machines mogen daarbij ongebreideld veel lawaai maken; daarom worden ze ook niet zo vaak in huis aangetroffen.

Aan een machine zitten altijd draaiende wielen of andere bewegende onderdelen. Idealiter zijn deze rood geschilderd voor de veiligheid. De rest of de machine is liefst glimmend gepoetst door een opgewekte monteur en het geheel ruikt naar smeerolie.

=======================

Toen Arie die ochtend op zijn werk kwam was hij in een puik humeur. De zon scheen, zijn favoriete voetbalclub had gisteravond gewonnen, de vogeltjes floten en Mathilde, zijn vrouw, had beloofd die avond pannekoeken te bakken.

Maar eigenlijk was Arie altijd in een goed humeur. Hij was gewoon zo’n soort man.

‘Mogge Sjaak! Draaidag vandaag hè!’

Hij stak zijn duim op naar de portier van het Stedelijk Machinebedrijf, die met een korte knik antwoordde terwijl hij snel een jeneverfles iets verder achter de kamerplant op zijn balie schoof.

“Draaidag” betekende dat het Machinebedrijf voor publiek was opengesteld en ze de grote stoommachine mochten komen bekijken. Om 11 uur zou Arie het gevaarte im beweging zetten: het was leuk voor de mensen en leverde wat inkomsten op; maar de machine moest ook af en toe draaien om in goeie staat te blijven.

Aan het einde van de gang naar de Grote Stoommachine opende Arie de deur en trad zijn heiligdom binnen: een grote hal met daarin een pracht van een Stephenson & Morley stoommachine uit 1872.

Arie bleef elke dag even staan om van de aanblik te genieten.

Daarna liep hij door naar zijn stek in de werkplaats, zette zijn schaftkistje op tafel en hing zijn jas op. Daarna trok hij zijn overall aan, zette de verplichte Bob-de-Bouwer-helm op, greep een oliespuit en een poetsdoek en toog fluitend aan het werk.

Toen het Machinebedrijf om 10 uur voor het publiek openging stond Zebedeus met zijn moeder als eerste bij de kassa. Zijn liefste wens was al jaren om de grote stoommachine te zien draaien. Vandaag, op zijn tiende verjaardag, was het dan zover! Hij had vannacht haast geen oog dichtgedaan.

‘Mam, ik moet eerst even naar de wc!’ zei Zebedeus toen de portier hun kaartjes afscheurde.

‘Jongen, maak je toch niet zo druk!’ lachte zijn moeder. ‘Die stoommachine loopt heus niet weg hoor. Dáár is de wc, ik wacht hier op je.’

Toen Zebedeus van de wc kwam zag hij dat er aan het andere eind van de gang waar de toiletten op uitkwamen nog een andere deur was. Hij stond op een kier, en er stond op “Dienst Geen Toegang”.

Omdat Zebedeus geen Dienst was, mocht hij vast wel even achter die deur kijken … hij keek om zich heen, en hij zag verder niemand. Snel liep hij naar de deur toe en glipte erdoor. Erachter was een andere gang, en aan het einde een trap naar beneden. Zebedeus twijfelde even, maar kon het toch niet weerstaan .. hij liep de trap af. Beneden aangekomen was er een ruw gemetselde ruimte met allemaal grote tandwielen!

Zebedeus keek zijn ogen uit. En toen zag hij dat twee grote tandwielen die eruitzagen alsof ze in elkaar hoorden te grijpen los van elkaar waren geraakt!

Er zat een ijzeren hendel in de grond bij die tandwielen. Zebedeus liep ernaar toe: “Koppeling Hoofdaandrijving” las hij op het ouderwetse ijzeren bordje wat op de grond was geschroefd bij de hendel.

Ineens zag hij voor zich hoe hij, Zebedeus, de held van de dag zou zijn en de stoommachine-draaidag zou redden! De een of andere kluns had de koppeling vergeten.

Zebedeus greep de hendel en trok er met alle macht aan. Piepend schoof het onderste tandwiel naar boven en greep tenslotte in het bovenste tandwiel.

De zweetdruppels stonden Zebedeus op het voorhoofd, maar hij voelde zich trots en voldaan. En nu snel terug voordat moeder hem kwam zoeken …

Snel rende hij terug de trap op, keek of er nog steeds niemand in de toiletten-gang was en glipte de deur weer door. Gelukkig stond zijn moeder te kletsen met een andere dame!

‘Zo, ben je daar eindelijk?’ lachte ze.

‘Jongen, je moet je ook niet zo zenuwachtig maken … ‘

Ze gaf hem een aai over het hoofd en zei tegen de andere vrouw: ‘het is vandaag zijn tiende verjaardag, hij heeft haast geen oog dichtgedaan van de zenuwen!’

Zebedeus vond het best … zo had ze tenminste niet door dat hij iets bijzonders had gedaan, maar straks, nadat ze de stoommachine hadden zien draaien, zou hij iedereen vertellen hoe hij de show had gered!

Het was bijna zover. Arie had alle lagers nog eens extra gesmeerd, en nu stond hij op de “bok”, waar de manometer en thermometer van de ketel waren aangebracht, en ook de hendels voor de hoofd-stoomtoevoer, de vrijloop, het noodventiel en de waterslag-gouverneur. Arie trok een paar keer aan de stoomfluit *TOOEEEET TOOOOEEEEET TOET TOET TOEEEET!!*

Het publiek juichte, en Arie genoot.

De klok gaf 11 uur aan, Arie rechtte zijn rug en haalde de hendels over van eerst de stoom-toevoer, en toen de manometer van de cylinder in het groen stond, de vrijloop.

Met een machtig gesis zette de zuiger zich in beweging en het grote rode vliegwiel begon te draaien.

*TOEEEETTT* deed Arie.

Maar toen merkte hij iets ongewoons. Het gebouw leek wel te trillen, en de machine leek langzamer op toeren te komen als anders. Wat was dat?

— Knerpje Krentstra: ‘De “Z” van Zebedeus’