Het Gadget

GADGET: electronisch, op batterijen. Anders dan de voorafgaande categorieën, zijn Gadgets niet door ingenieurs ontworpen maar door marketinglui en diezijners. Ze worden aangeprezen met de belofte de functionaliteit van een electronisch Toestel te combineren met de afmeting van een Gizmo en de verzekering dat het bezit ervan de (groeps)status van de bezitter sterk zal verhogen. Gadgets glimmen in eerste instantie net als Gizmo’s, maar zijn vervaardigd van verchroomd ‘made in Hong Kong’-plastic, blauwe LED’s of displays, half-werkende plastic knopjes, een microscopisch klein USB-portje en een koordje om het ergens aan vast te maken, wat binnen een week breekt. Ze worden geleverd met een door Bing vertaalde gebruiksaanwijzing en werken ofwel in het geheel niet, of gaan binnen drie dagen kapot.

=======================

De drie hangkonters klapten met geroutineerde gebaren de klapstoeltjes op het treinbalkon uit en ploften neer. Checken of er reguliere vrije zitplaatsen waren was geen optie … dat is niet ‘Hamster Glimmend’.

Een paar andere reizigers stapten in en legden het zes-knokige-knieën-hordenparcours over het balkon af, terwijl de hangkonters hun phonez op de juiste verveelde wijze uit hun hangkontzakken trokken en sloom begonnen te appen, terwijl ze voor de buitenwereld onverstaanbaar gecodeerde keelklanken uitwisselden:

– uh huh uhhuh huh.

– Mhhuh.

– Chill huh.

– Umhhuh whuh?

Daarop greep één van hen in zijn andere hangkontzak en haalde een plastic doosje ter grootte van een horloge tevoorschijn. Dit wekte de interesse van de andere twee, die tijdelijk het plichtmatige induimen van appjes staakten. Ze gingen iets rechter op zitten en bekeken het voorwerpje met een zorgvuldig afgewogen balans tussen nieuwsgierigheid en geveinsde ongeïnteresseerdheid, om hun Glimmendheid niet op het spel te zetten.

De bezitter drukte met de wijsvingers van beide handen op de minuscule plastic knopjes die aan de zijkanten van het voorwerpje waren aangebracht. Het produceerde wat dunne pieptoontjes en er begon een blauw lichtje op te flitsen.

– Uhhuh.

– Huhm duddum?

– Uhhuh.

De eigenaar trok het plugje van zijn oordopjes uit zijn Phone en prikte het in het zwarte doosje.
De twee anderen keken hem vanuit hun ooghoeken subliminaal-verwachtingsvol aan, terwijl ze, om de juiste vorm te vinden, halfslachtig verder duimden aan hun appberichten.

Intussen was de conducteur ook ingestapt en maakte aanstalten om de trein te doen vertrekken. De dichtst bij de deur klapstoelende hangkonter hield zijn knieën behulpzaam opzij, maar natuurlijk niet té behulpzaam. Hamsterbility, uhhuh.

Nadat het deursleutel- & fluitritueel was afgewerkt en de deur zich sissend sloot terwijl de trein vertrok, draaide de conducteur zich om. Hij monsterde het drietal een ogenblik en besloot tot de joviale aanpak:

– Zo, heren … nieuwe retevette lauwe gizmo gescoord, hmm?

Ze reageerden op de universele manier waarop jongeren plegen te reageren op (oudere) buitenstaanders, die stekeblind-blunderend de plank misslaan in hun gênante pogingen om door hen geaccepteerd en ‘hip’ bevonden te worden, en zich daarbij onsterfelijk belachelijk maken: door, onzichtbaar voor de indringer, zogenaamd-geshockeerde gezichten naar elkaar te trekken met licht geopende mond en rollende ogen – sprákeloos bij de vertoning van zúlk Knoestig gebrek aan Glimmendheid.

— Knerpje Krentstra: ‘Hamster Glimmend! Een aanstormende generatie Gadgeteers herdefinieert de Turbo-Taal’ (artikel in Sociografische Verkenningen [Boe-reeks 23])’