Het Gizmo

GIZMO: electrisch (net of accu), eventueel ook electronisch. Afmetingen: tussen een knoop en een grapefruit. Een Gizmo is een klein, sterk gespecialiseerd Toestel met een wat technische, apparatige uitstraling. Daarom is een Gizmo vaak van gepolijst metaal en produceert het bij gebruik een zoemend of snorrend geluid. Eventuele schakelaars horen een chique, geolied “Clacque” geluid te maken in plaats van het goedkope “plik”, “knop” of, in het schrijnendste geval, “knuk”.

=======================

‘‘Geen paniek’, klonk plotseling een kalme stem. Het gekrakeel van de geschrokken bestuurders verstomde en iedereen keek de man aan die zojuist had gesproken.
Hij had een onopvallend gezicht; zó onopvallend zelfs dat niemand zich totnutoe had gerealiseerd dat ze hem nog nooit eerder hadden gezien.
Maar in zijn stem klonk ontegenzeglijk gezag, en hij vervolgde: ‘Als u een ogenblik met dat gekrijs en gejammer zoudt willen ophouden, dan kan ik u wellicht … helpen.’  Hij produceerde een nauwelijks waarneembare glimlach.

Het tumult begon onmiddellijk opnieuw, alleen bestond het nu uit aan de onbekende man gerichte vragen. Hij hief zijn handen bezwerend op: ‘Alstublieft! Zo kan een mens toch niet … nadenken!’
Het werd weer rustiger. Frappemans, de voorzitter, maakte zich los van de groep, met opgetrokken wenkbrauwen om zich heen kijkend als om ieders goedkeuring te krijgen in hun naam te mogen spreken.

Tenslotte stond hij tegenover de vreemdeling. ‘Wel, mijnheer … ?’ viste hij, de man vragend aankijkend.
‘Mijn naam doet er niet toe … noem me maar … Mr. “X”’, antwoordde hij.
‘Natuurlijk, natuurlijk, mijnheer Iks, vanzelfsprekend …’ Frappemans depte zijn kalende schedel met een grote zakdoek af.
‘Kunt u ons misschien vertellen hóe u ons denkt te helpen?’
‘Tot op zekere … hoogte. Ik zou het op prijs stellen als er omtrent mijn … aanwezigheid verder geen nutteloze … eh, vragen worden gesteld.’
‘Eh, ja, uiteraard!’ zei Frappemans zenuwachtig, en zich omdraaiend naar de rest: ‘Nietwaar? Kunnen we het daarover eens zijn?’

Er klonk instemmend gemompel.
‘Uitstekend.’

De man knielde neer en opende zijn diplomatenkoffertje. Iedereen rekte de nek in een poging een glimp op te vangen van de inhoud, maar veel meer dan een vluchtige metalig glans was er niet te zien.
Hij koos een afgeplat metalen voorwerpje, sloot het koffertje en stond op.

‘Wat gaat u…’ begon Frappemans, maar sloot zijn mond wijselijk toen de man de linkerhand in een afwerend gebaar ophief.
‘Geen vragen alstublieft.’
‘Oh, uhm, ja. Excuus.’

De heer “X” bestudeerde het voorwerp in zijn hand. Het zag er zwaar en massief uit ondanks de geringe afmetingen, en aan de afgeplatte zijde waren een aantal knopjes, schuifjes en dergelijke aangebracht, voorzien van schaalverdelingen. Het deed Frappemans denken aan die prachtige maar onbetaalbare Minox-miniatuurcamera’s die hij wel eens in de etalages van grote fotozaken had zien liggen.

Mr. “X” drukte langzaam en zorgvuldig een platte knop in met zijn duim, terwijl hij tegelijk met het bovenlichaam een kwartslag draaide. Er klonk een zacht maar solide “click” – “klik” zou te goedkoop klinken! – en er werd een in toonhoogte stijgende pieptoon hoorbaar, die snel boven het gehoorbereik steeg. Daarna verschoof de man een geleidertje. Met keurig regelmatige, geolied klinkende ‘click’ geluidjes verschoof het een aantal posities.

Daarna greep hij het voorwerp met twee handen beet, ging wijdbeens staan, en maakte een draaiende en tegelijk trekkende beweging. Het voorwerp ratelde als een klikkende vrijloop en er klonk een zoevende, gladde toon als van iets telescopisch van metaal dat wordt uitgetrokken.

‘Attentie!’ riep Mr. X.

Met de linkerhand richtte hij zijn kostbaar-uitziende gadget op de hulpbehoevende groep bestuurders. Door dat uitschuiven was het voorwerp uitgeklapt op iets dat op een opvouwbare megafoon leek – een op hen gerichte megafoon. Het was via een metalen spiraalkabel verbonden aan het deel dat Mr. “X” in de rechterhand hield; het had wel iets van een microfoon weg.

Het zat de bestuurders niet lekker, en er klonk geroezemoes. Frappemans, hun gevoelens verwoordend, trok wuivend de aandacht van Mr. ”X” en kuchte beleefd.

“Ahem. Kuch. Excuses dat ik u stoor, maar ik denk dat de mensen hier …“ – hij maakte een armgebaar naar de rest – “… dat ze nu ietwat ongerust zijn. Die, eh, megafoon, ziet u …”
Hij wees.

Mr. “X” liet zijn linkerhand zakken en keek verstoord, alsof hij de ander op zijn nummer wilde gaan zetten. Maar hij scheen zich toen te bedenken, en wendde zich tot de groep.
“Weet u misschien waar u zich … bevindt? Ja, in wat een half uur geleden nog het managements-restaurant was … maar wáár bevindt zich dat … restaurant nu?”

Het bleef muisstil.

“Wel?”

“Goed, u vervalt tenminste niet in … platitudes en gezever … dat siert u.
Maakt u zich nochtans gereed voor … een schok.”
Er klonk het geluid van twintig ingehouden adems, terwijl Mr. “X” iets uit de zak van zijn colbertje viste en erin kneep.

Onmiddellijk dimde de verlichting, en aan één kant van het uniform gele vertrek tekende zich een donkere rechthoek af, die steeds donkerder van kleur werd. Uiteindelijk bleek het een foto of projectie van de sterrenhemel te zijn. De sterren schoven langzaam over het – beeldscherm?
Nee! Onmogelijk. Geen enkel beeldscherm kon zo’n realistisch beeld produceren. Het was een raam, een venster – maar waarin? En waar keek het op uit?
De groep leek zich te ontspannen, maar toen verscheen er een blauwe cirkel in beeld. Na enige seconden realiseerden de slimsten van de groep waar ze naar keken.

Het was de Aarde!
Een onbeschrijfelijk tumult brak los.

— Knerpje Krentstra: ‘Volgende agendapunt: Alpha Centauri’