Het Instrument

INSTRUMENT: een zeer brede categorie, die zich uitstrekt vanaf de Tuba, via de Ondes Martenot, de Multimeter en de Geigerteller tot aan de Tandartsboor.

Ze hebben evenwel gemeen dat het instrument alleen maar in de handen van geoefende en kundige gebruikers thuishoort. In de grijpgrage klauwtjes van een sukkel of kwaadwillende richt een instrument doorgaans schade aan in de vorm van hoofdpijn, burenruzies, doorgeslagen zekeringen of erger.

Verder hebben Instrumenten gemeen dat ze ofwel als een verlengstuk voor de menselijke zintuigen fungeren (meetinstrumenten), ofwel zintuiglijke gewaarwordingen produceren (muziekinstrumenten).

De uitzondering die de regel bevestigt is het medische gereedschap-met-kapsones dat, zich verschuilend achter het gadget-achtige uiterlijk, mee omhoog gelift is toen Medische Monteurs Chirurgen gingen heten.

Ook gebruikt in abstracte zin, bijvoorbeeld als in “de door het opinie-onderzoeksbureau gebruikte meetinstrumenten (of, als ze het hoog in de bol hebben: “gehanteerde meetinstrumentarium”, mwhahahahaha 🤣). Hierop wordt door gebruikers van échte instrumenten terecht met de grootste minachting neergekeken, en het zou beter zijn als dit sterk ontmoedigd zou worden, desnoods met justitiële middelen.

=========[ 16 + ]============

Flutrilia van Zwoelen lag loom te sluimeren op het king-size waterbed in haar boudoir.

Ze was gekleed in haar luxueuze lichtgroene satijnen peignoir en ze had een CD opgezet met de meest aanstellerige ‘arrenbie’ (zoals haar vriendin Purkje het minachtend noemde) uit haar collectie.

De auto-getunede zangeres zong met drenzerig miasma en ingestudeerde quasi-doorleefde valse-lucht-kreuntjes over hoe slecht haar minnaar haar behandelde, maar dat ze *traiiingg* desondanks tóch de kracht vond *triiaaainggg* om “dóór te gaan” – waarmee, dat werd uit de tekst niet duidelijk, maar Flutrilia vóelde dat het iets opwindends moest zijn.

Haar innerlijke Furie roerde zich, maar Flutrilia maande haar tot kalmte, waarbij ze zich dezelfde verwende arrenbie-kreuntjes bij haar innerlijke stem voorstelde – “… pl*áhhh*ease take it *hâhhmm*easy…”

Geheel in lijn met de nuffige geaffecteerdheid van de muziek, reikte ze met slappe Frederik-Fluweel-hand naar haar glas Rivella-light, en trok haar rechterbeen zó op, dat ze er zo bevallig mogelijk uit zou zien voor een binnenkomende mannelijke bezoeker.

Flutrilia’s innerlijke Furie grijnsde breed en projecteerde het onweerstaanbare beeld van Knarsten voor haar innerlijke oog.

“Ach, jij!” protesteerde Flutrilia zwakjes, verloochend door de wijze waarop de innerlijke representatie van haar ademhaling zich daar op suggestieve wijze bij aanpaste.

Knarsten! Oh, Knarsten! Wát een man! Ze dacht terug aan de eerste keer dat ze hem had gezien – was dat pas vorige week? Het was haast niet te geloven! Wat had hij er mannelijk en stoer uitgezien in zijn overall, wát een rauwe, dampende, zwaarbehaarde ruige donder van een kerel!

Terwijl hij aan haar CV-ketel sleutelde had ze zichzelf plotseling betrapt terwijl ze in de deuropening subtiel, maar toch schaamteloos naar hem stond te lonken, met haar (gewone) peignoir zogenaamd-ongemerkt openvallend. De hoekige, resolute gebaren waarmee hij zijn steeksleutel hanteerde hadden haar innerlijke Furie tot een staat van schuimbekkende razernij opgestookt, zodat ze op een gegeven moment maar een koude douche had genomen om zichzelf weer in bedwang te krijgen.

Toen ze met natte haren even later weer in de deuropening verscheen had hij haar met zijn koolzwarte, smeulende ogen bij wijze van spreken haast uitgekleed, terwijl hij haar vroeg “of het wel goed ging, omdat ze een douche nam terwijl hij toch net met de ketel bezig was?”.

Inwendig giebelend als een bakvis, had ze luchtig geantwoord dat ze wel vaker koude douches nam, er daarbij voor zorgend dat er betekenisvolle pauzes in haar betoog vielen. Ha! Laat dat maar aan Flutrilia van Zwoelens innerlijke Furie over!

Langzaam en broeierig was ze toen op hem toegelopen. Het gesublimeerde machismo waarmee hij zijn gereedschapskist keurig op een doek had gezet om haar aanrechtblad niet te bekrassen suggereerde werelden van verboden passie.

Flutrilia liet haar blik loom over de inhoud glijden, totdat haar de adem in de keel stokte! Wat was dát?
Haar hart bonsde in haar keel terwijl ze met lijzige hand het … instrument in de gereedschapskist beroerde. Het puntje van haar tong gleed langs de onderkant van haar boventanden, terwijl ze langzaam inademde. Haar oogleden zakten half dicht, de wimpers trillend.

Knarsten had nog niks door, terwijl hij neuriënd en met wiebelende wenkbrauwen bezig was de kap van haar CV-ketel terug te plaatsen.

Flutrilia’s vingers sloten om het voorwerp en ze tilde het op om het nader te bekijken, daarbij aangevuurd door enthousiaste “Yes! Yes! Aaaah! Yes!” kreten van haar innerlijke Furie. Ze had geen idee wát het was, maar het zag er nogal … ondeugend uit.

Toen zag Knarsten wat ze in haar hand hield! Snel, blozend, griste hij het uit haar hand.

Flutrilia’s wenkbrauwen sprongen meteen in de “jij ondeugende jongen!” – stand, terwijl ze, de Furie mocht weten waarvandaan ze de moed haalde, met hese stem lispelde: “Ik zou … óók wel zo’n … instrument kunnen … gebruiken …”, Knarsten daarbij schuins in de smeulende ogen kijkend. Alsof ze een kilo natrium-metaal in een vijver gooide …

Haastig, terwijl haar innerlijke Furie aan een kozakkendans met het mannenkoor van het Russische leger begon, had Knarsten gestameld dat hij volgende week donderdag langs zou komen om er eentje langs te brengen…. 
En nu was het dan zover. Of bijna zover, in ieder geval. Ze had de voordeur op een kier gezet en een briefje opgehangen met “K., loop maar door, F”.

Haar innerlijke Furie werd intussen wel wat melig, vooral nadat de cd-speler voor de derde keer track 1 van ‘De Dertien Aller-Aanstellerigste-Arrenbie-Hits Aller Tijden’ begon te kreunen; maar Flutrilia hield moed en ging nog maar een keer verliggen, nu met haar linkerbeen suggestief opgetrokken.

Track 1 was net uitgekreund toen ze de voordeur hoorde opengaan.

Iemand veegde de voeten op de kokosmat: duidelijk een man! Flutrilia’s hart gaf haar keel een kopstoot, en haar innerlijke Furie krijste de hele tent bij elkaar – gelukkig onhoorbaar voor de buren.
Snel trok Flutrilia haar rechterbeen weer op, want zo met het linkerbeen was toch nét iets te gewaagd, en met trillende stem riep ze: “Joehoe? Ik ben in de slaapkamer hoor …” 
Ze hoorde de voetstappen dichterbij komen, en daar werd de deur van haar boudoir opengeduwd.

Daar stond Knarsten, gekleed in een leren jack en een strakke spijkerbroek die niets te raden overliet; en vanonder zijn borstelige wenkbrauwen gleden zijn koolzwarte ogen smeulend over haar smachtende gestalte. Ze rook zijn aftershave: watervallen, cowboys, hinnikende paarden en oud leer … het deed haar knieën knikken … maar goed dat ze lag en niet stond!

Haar innerlijke Furie speelde kraaiend en wulps kronkelend de Toccata & Fuga in D mineur van JS Bach met alle sub-sone ‘Earthquake’ registers opengetrokken, zodat de kalk van het plafond naar beneden kwam.

Knarsten hield een plastic tasje in de hand. “Nou, ik heb er eentje bij me hoor”, bromde zijn zware stem. “Hier …” Hij stak zijn hand met het tasje naar haar uit.

Haar innerlijke Furie was nu volledig buiten zichzelf en smeekte Knarsten om ruig en doortastend optreden. Maar kennelijk moest Flutrilia hem nog net iets meer aanmoedigen … geen probleem! Dat kon er nog wel vanaf.

Ze nam het tasje in ontvangst en haalde de inhoud eruit. Ze glimlachte vertederd … het was onbeholpen ingepakt … mannen! Gulzig scheurde ze het papier eraf en bekeek het doosje.

Langzaam drong het tot haar door waar ze naar keek: op het doosje stond “Conrad Universele Spanningstester”.

— Knerpje Krentstra: ‘Moet kunnen, in 2018’