Jatten, stelen, gappen

Jatten, Stelen, Gappen (enz.): het uitvoeren van een eenzijdig gewenste transactie.

De verschillende termen hebben betrekking op de stijl waarin e.e.a. wordt uitgevoerd.


PIKKEN – is vaak door omstandigheden geïnspireerd en uitgevoerd door een gelegenheidsdief: “de bakker, die keek niet / ik pikte een brood / zo zijn we in leven gebleven” (G. Dekzeil, “Ik ben Gerrit”). Het typische Pik-object is niet duur, maar iets waar de dader werkelijk op dat moment behoefte aan heeft (of denkt te hebben). Pikken heeft daarom een geïmproviseerd, slordig karakter en wordt vaak in een staat van halve paniek uitgevoerd: de game-junk die een spel of apparaat grijpt en op weg naar buiten over een andere klant struikelt of de armlastige, naar literatuur hakende intellectueel die, hysterisch lachend met het complete werk van Shakespeare in de armen de boekwinkel uitstuift – vaak blijft het bij die ene keer en komt de dader tot inkeer. Een enkele keer krijgt een beginnende Pikker de criminele smaak te pakken en gaat van daaruit het slechte pad op. 

GAPPEN – combineert de snelheid van Jatten met de heimelijke steelsheid van Stelen (qv), maar het dient met goochelaarachtige bravoure te worden uitgevoerd. De Gapper trekt een zo onschuldig mogelijk gezicht (zonder maskertje!) en graait tijdens het passeren het weg te nemen object met een achterwaarts draaiende handbeweging weg en verbergt het in één vloeiende beweging in een jaszak. De hand wordt tijdens de graaibeweging het beste als een kommetje gevormd, met de duim naar beneden gericht. Gappen leent zich voor het wegnemen van kleine (zeer dure) objecten en de Gapper dient over een poker-face en stalen zenuwen te beschikken.

JATTEN – het object in kwestie wordt in één snelle uithaal van de arm met de volle, blote hand gegrepen (een “petsend” of “klappend” geluid veroorzakend) en meegenomen door een zich snel uit de voeten makend individu met een ouderwetse platte stoffen pet op het boevenhoofd. Jatten leent zich het best voor het wegnemen van stevige, niet te grote en vanzelfsprekend dure objecten en vereist een zekere branie-achtige onbeschaamdheid van de kant van de boef.

STELEN – in contrast met Jatten, wordt bij Stelen het object heimelijk en voorzichtig met beide in dunne, zwart lederen handschoenen gestoken handen weggenomen door een schichtig om zich heen kijkende boef met een maskertje, die daarna zo onhoorbaar mogelijk wegsluipt. Stelen wordt bij voorkeur ‘s nachts gepraktizeerd in percelen waarvan de eigenaar(s) niet aanwezig zijn en leent zich tot het wegnemen van iets grotere objecten als bij Jatten.

KLAUWEN – lijkt op Jatten, maar dan ruiger en meer geïmproviseerd. De Klauwer grijpt het begeerde object met beide handen, de vingers van hebzucht gekromd. Hij (dames Klauwen opvallend weinig) stoot daarbij een dierlijk grommende overwinningskreet uit. 

De Klauwer draagt geen pet maar een glimmend trainingspak en is niet zelden een junk. In principe komt elk draagbaar object voor Klauwen in aanmerking: de Klauwer is meestal niet erg kritisch en klauwt schemerlampen, laptops, waardeloze Blokker-prullaria en handtasjes met een verfrissend gebrek aan onderscheid. 

ONTVREEMDEN – betreft meestal grotere, meer grofstoffelijke en relatief minder dure objecten (gerekend in prijs per kilo of kubieke decimeter) zoals bouwmaterialen, betonmolens, gereedschap, bromdingen of voertuigen. Het vereist doorgaans meer planning en coördinatie dan de hier boven genoemde vormen van criminaliteit, door vaak meer dan één boef. Zoals het woord suggereert blijken de daders nogal eens (vage) bekenden van de slachtoffers. De typische Ontvreemder heeft hoekige trekken, harde handen, stoppels en ruwe omgangsvormen die goed van pas komen tijdens het traditionele handgemeen bij de onderhandelingen met de heler(s).

VERDONKEREMANEN – betreft juist niet-materiële monetaire objecten zoals Fondsen, Gelden, Subsidies of Middelen. Verdonkeremaners vindt men onder door drank en dobbelspel aan lager wal geraakte managers, boekhouders, IT-ers of beambten die in de verkeerde veronderstelling leven, de Gouden Truc te hebben gevonden die ze miljardair maakt zonder dat iemand er ooit achterkomt wie het heeft geflikt en hoe. 

ZICH WEDERRECHTELIJK TOEËIGENEN – is de meest abstracte en verhulde vorm van eigendomscriminaliteit. Het ernstigheidsspectrum strekt zich van een naar huis meegenomen bedrijfs-potlood of op kantoor gemaakte privékopietjes, via foute directeuren die thuis een compleet computernetwerk op kosten van het ROC laten installeren, tot aan de bodemloze krochten waarin de Graaisten der Graai-CEO’s zich in grote liederlijkheid brallend rondwentelen in de zich wederrechtelijk toegeëigende materiële middelen.