Wat tiert daar zo welig?

welig tierende zaken

Wat tiert daar zo welig?

Welig tierend onkruid
welig tierend onkruid

Laten we eens kijken hoe je de uitdrukking welig tieren kunt gebruiken! 

In de eerste plaats is dat natuurlijk in de gebruikelijke botanische zin: “Het onkruid tierde welig in oom Harrie’s verwaarloosde tuintje.”

De uitdrukking is ook uitstekend geschikt om een ongebreidelde groei van misdaad te beschrijven:

“Inspecteur Rob Heterdaad constateerde teleurgesteld, dat het lokale schorremorrie zijn sabbatical had benut om de door hen zo vurig gewenste misdaad opnieuw welig te laten tieren”

Geen probleem.

Welig tierende misdaad
welig tierende misdaad
Welig tierend haar
welig tierend haar

Maar kan dit ook?

“Dr. Pruik, de beroemde haargroeideskundige, stelde tevreden vast dat de ingreep succesvol was verlopen: het hoofdhaar van haar patiënt tierde opnieuw welig”

Prima.

En dit dan: 

“Na de met stormachtig succes verlopen Scheldkannoniade tierden de tirades overal in de stad welig” …?

Kan best.

 

Welig tierende scheldkannonades
welig tierende tirades
Welig tierende rondingen
welig tierende rondingen

En deze: 

“nadat ze hersteld was van de zware griep die haar graatmager had achtergelaten, merkte Mw. Voluptua Wulps-van Rondingen tot haar vreugde dat haar rondingen wederom welig begonnen te tieren” ?

Hmmmm. Onduidelijk.

En dit: 

“de groenteboer permitteerde zich een ogenblikje rust en nam op een kratje plaats om een peertje te schillen. Terloops liet hij zijn kennersblik langs het welig tierende fruit in zijn zaak glijden.”

 ... tja.

 

Welig tierend fruit
welig tierend fruit
Welig tierende verjaardagsvisite
welig tierende verjaardagsvisite

Of: 

“Prutje kneep zichzelf in de arm. Was het werkelijk waar en droomde ze niet? Opnieuw knipperde ze met haar ogen bij het zien van haar welig tierende verjaardagsvisite.”

Dat kan niet!

Of: “De voorjaarsregen had de appelboom goed gedaan; hij tierde nu welig en was het pronkstuk van de tuin”

Mwah.

Het lijkt erop dat welig tieren alleen op vegetatie als onbepaald collectief van toepassing kan zijn óf op abstracties in de vorm van menselijke bezigheden.

Individuele planten, voorwerpen of bijvoorbeeld lichaamsdelen kunnen kennelijk niet welig tieren.